Figuur ergonomie

ERGONOMIE site.be

informatie en onderzoek over ergonomie

 

 

NBN EN 1005 : Veiligheid van machines - Menselijke fysieke belasting

 


 

NBN EN 1005-1: 2002 Termen en definities
NBN EN 1005-2: 2003 Handmatig tillen van machines en onderdelen
NBN EN 1005-3: 2002 Aanbevolen maximale krachten

NBN EN 1005-4: 2005 Werkhoudingen en -bewegingen
NBN EN 1005-5: 2007 Herhaalde handelingen met hoge frequentie

 

 

NBN EN 1005-1 : Termen en definities

Deze Europese norm behandelt de fysieke belasting in verband met het ontwerp van machines. Ergonomisch ontworpen werksystemen bevorderen de veiligheid, effectiviteit en efficiëntie, verbeteren de werk- en leefomstandigheden van de mens en gaan nadelige effecten op de gezonheid en prestaties tegen. Een goed ergonomisch ontwerp heeft een gunstig effect op het werksysteem en op de betrouwbaarheid van de mens binnen dat systeem.

 

 

NBN EN 1005-2 : Handmatig tillen van machines en onderdelen

Dit deel van de norm bespreekt het manueel tillen van machines, onderdelen of producten, die meer dan 3 kg wegen en minder dan 2 meter gedragen worden. Toch tracht men bij het ontwerpen van machines in de eerste plaats zoveel mogelijk het tillen te vermijden of technische hulpmiddelen te voorzien. Om het risico "tillen" te evalueren wordt de NIOSH methode voorgesteld.

 

Stap 1: Bepaal referentiegewicht

Voor arbeidssituaties geldt 25 kg als maximum gewicht dat manueel getild mag worden in optimale omstandigheden. Deze referentie kan nog aangepast worden voor thuisgebruik of specifieke groepen:

 

Thuisgebruik  5 kg

Kinderen en ouderen

10 kg Algemene populatie
Arbeidssituatie   15 kg Werkpopulatie met jongeren en ouderen
25 kg Volwassen werkpopuatie
>25 kg Specifieke groepen

 

Stap 2: Risicoanalyse

De voorgestelde methodes zijn gebaseerd op de NIOSH-methode. Voorwaarden om deze te kunnen toepassen zijn:

* Tillen met twee handen

* Uitgangshouding kan vrij gekozen worden

* Tillen door één persoon

* Tillen met een gelijkmatige snelheid

* Goede greep tussen de handen en de last

* Goede grip tussen de voeten en de vloer

* Andere manuele handelingen zijn minimaal

* Objecten zijn niet koud, warm of vuil

 

In methode 1 zijn een aantal kritieke situaties voorgerekend, die niet overschreden mogen worden. Wanneer de last over minder dan 25 cm hoogteverschil wordt verpaatst, met een rechte rug, de last dicht tegen het lichaam en minder dan 1 keer per 5 minuten, dan mag het te tillen gewicht niet groter zijn dan 70% van het referentiegewicht.

 

In methode 2 wordt de klassieke NIOSH methode voorgesteld, weliswaar met het gekozen referentiegewicht. Het maximaal aanbevolen gewicht dat getild mag worden (RWL) wordt berekend op basis van verschillende risicofactoren (NIOSH tabellen):

 

RWL = 25 kg x Vf x Hf x Df x Af x Cf x Ff

 

* Vf: Verticale afstand tussen de last en de voeten (max. 175 cm)

* Hf: Horizontale afstand tussen de last en de voeten (max. 63 cm)

* Df: Verticae verplaatsingsafstand (min. 25 cm)

* Af: Rotatie in de rug (max. 135°)

* Cf: Contact tussen de last en de handen

* Ff: Frequentie of aantal tilhandelingen per minuut en de werkduur

 

Methode 3 wordt gebruikt wanneer de last met één hand getild wordt, met twee personen of er nog andere tilhandelingen gebeuren. Er worden dan drie extra risicofactoren toegevoegd:

 

RWL = 25 kg x Vf x Hf x Df x Af x Cf x Ff x Of x Pf x Tf

 

Of: Tillen met één hand: factor 0,6

Pf: Tillen met twee personen: factor 0,85

Tf: Bijkomende taken: factor 0,8

 

Stap 3: Interpretatie Lift Index

De risicograad wordt aangeduid met de Lift Index. Dit is de verhouding tussen het reële gewicht dat getild moet worden en het maximum aanbevolen gewicht dat men berekend heeft (RWL). Deze laatste limiet mag niet overschreden worden. De interpretatie gebeurt zelfs nog strenger. Er worden reeds aanpassingen wanneer er meer dan 85% van de berekende grenswaarde getild moet worden.

 

Lift Index = Actuele gewicht / RWL:

< 0,85
Aanvaardbaar risico
0,85 - 1
Verhoogd risico, dus herontwerpen of aanpassen
> 1
Herontwerp noodzakelijk

 

 

NBN-EN 1005-3 : Aanbevolen maximale krachten

Om de nodige krachten bij het bedienen van een machine te evalueren wordt in dit deel een risicoanalysemethode voorgesteld. Er dienen drie stappen doorlopen te worden.

 

Stap 1: Maximale isometrische kracht (Fmax)

Voor arbeidssituaties wordt de 15% sterkste volwassene (mannen en vrouwen tussen 20 en 65 jaar) als referentie genomen, bij machines voor thuisgebruik is dit de 1% sterkste.

 

   
Arbeid
Thuis
  

Hand (1 hand)

* krachtgreep
250 N
184 N
         Armen (zit, 1 arm)
* op
50
31
* neer
75
44
* buiten
55
31
* binnen
75
49
* duwen met rugsteun
275
186
* duwen zonder rugsteun
62
30
* trekken met rugsteun
225
169
* trekken zonder rugsteun
55
28
   
Hele lichaam (staand)
* duwen
200
119
* trekken
145
96
   
Voetpedaal (zit met rugsteun)
* enkelactie
250
154
* beenactie
475
308

 

Wanneer men in de literatuur of uit onderzoek andere krachtwaarden bekomt voor specifieke doelgroepen, dan kan hieruit percentiel 15 of percentiel 1 gehaald worden.

 

Stap 2: Risicofactoren

De maximale kracht zal aangepast worden in functie van de omstandigheden. Om deze veminderde capaciteit (Fcap) te kennen, worden drie factoren in rekening genomen (zie tabellen in de norm):

* Vf: bewegingssnelheid bij bediening

* Ff: frequentie en duur van de bediening

* Df: duur van gelijkaardige activiteiten (duwen, op,...)

 

Fcap = Fmax x Vf x Ff x Df

 

Stap 3: Risico-evaluatie

In de vorige stappen werd de maximale kracht bepaald die geleverd kan worden in de reële werkomstandigheden. Om de gezondheidsrisico's zo laag mogelijk te houden moet de effectief uitgeoefende kracht minder dan 50% van dat maximum bedragen. Dit wordt aangeduid door de risicofactor die alzo drie zones beschrijft:

 

Groen
< 50% Fcap
Aanbevolen, verwaarloosbaar risico
Geel
50 - 70% Fcap
Niet aanbevolen, evaluatie van extra risicofactoren
Rood
> 70% Fcap
Te vermijden, onaanvaardbaar risico

 

Tot 70% van de maximale capaciteit is aanvaardbaar wanneer geen andere risico's aanwezig zijn: werkhouding, versnelling of precisie, trillingen, tempogebonden arbeid, repetitiviteit, persoonlijke beschermingsmiddelen en omgevingsfactoren.

 

 

NBN-EN 1005-4 : Werkhoudingen en -bewegingen

Tijdens het ontwerpproces worden de houdingen en bewegingen best geëvalueerd op de tekentafel/CAD-scherm of met echte mensen in een proefopstelling. Naar analogie met ISO 11226 norm voor statische werkhoudingen, gebeurt de analyse per gewricht. De interpretatie van de risicozones is als volgt:

 

Groen
Aanvaardbaar, verwaarloosbaar risico
Geel
Verhoogd risico, instructies of herontwerp nodig
Rood
Onaanvaardbaar risico, herontwerp noodzakelijk

 

 

Rompbuiging

 
Statisch (>4s)
Beweging (<2x/min)
Beweging (>2x/min)
0 - 20°
     
20 - 60°
ok, met borststeun
   
> 60°
 
jobrotatie
 
Extensie
ok, mits rugsteun
ok, met rugsteun
 

 

Romprotatie en zijwaartse kanteling

 
Statisch (>4s)
Beweging (<2x/min)
Beweging (>2x/min)
< 10°
     
> 10° (zichtbaar)
 
jobrotatie
 

 

Schouderbuiging en abductie

 
Statisch (>4s)
Beweging (<2x/min)
Beweging (>2x/min)
0 - 20°
     
20 - 60°
ok, met armsteun
 
ok, < 10 x/min
> 60°
 
jobrotatie
 
Extensie
 
jobrotatie
 

 

Hoofd- en nekbuiging

 
Statisch (>4s)
Beweging (<2x/min)
Beweging (>2x/min)
0 - 40°
     
> 40°
 
jobrotatie
 
opwaarts kijken
 
jobrotatie
 

 

Nekrotatie en zijwaartse kanteling

 
Statisch (>4s)
Beweging (<2x/min)
Beweging (>2x/min)
0 - 10° zijw
     
> 10° zijw
 
jobrotatie
 
< 45 ° rotatie
     
> 45° rotatie
 
jobrotatie
 

 

Andere lichaamsdelen

 
Statisch (>4s)
Beweging (<2x/min)
Beweging (>2x/min)
bolle lage rug
     
opgetrokken schouders
     
steun op 1 been
     
gebogen staan
     
extreme houding
     

 

 

 

NBN-EN 1005-5 : Herhaalde handeling met hoge frequentie

Dit deel van de norm stelt een methode voor om het risico van repetitiviteit te evalueren, de OCRA methode. Dit kan de ontwerper helpen om het risico zoveel mogelijk te beperken. Interessant is dat ook meerdere repetitieve taken doorheen de dag kunnen beoordeeld worden, bijvoorbeeld door jobrotatie.

 

OCRA index = ATA / RTA

 

ATA: actueel aantal technische handelingen op een shift

RTA: maximaal aanbevolen technische acties per shift

OCRA: < 2,2: aanvaardbaar; > 3,5: onaanvaardbaar; 2,3-3,5: laag risico

 

RTA = 30 x Pf x Rf x Af x Ff x (Rc x Dc)

 

RTA = som [ 30 x Pf x Rf x Af x Ff x t ] x (Rc x Dc)

 

Pf: Houdingsfactor: voor evaluatie schouderpositie (NBN-EN 1005-4)

Rf: Herhalingsfactor

Af: Bijkomende factoren: trilling, precisie, koude, druk, handschoenen, schokken,...

Ff: Krachtfactor: op basis van % Fmax (NBN-EN 1005-3) of Borgscore

t: aantal minuten per shift

Rc: Herstelfactor: aantal uren zonder voldoende herstel (10')

Dc: Duurfactor: duur van werkdag

 

Voorbeeld mono-task OCRA:

Handelingen
#
Duur
Houding
Herhaling
Extra
Kracht
Samenrapen
1x
1s
.
.
.
2
Grijpen stuk
4
5s
.
.
.
0,5
Controle stuk
4
5s
Flexie >60°
=
.
0,5
Draaien stuk
4
5s
Flexie >60°
=
.
0,5
Nemen
4
3s
Flexie >60°
=
.
0,5
Plaatsen
4
3s
Flexie >60°
=
.
3
Totaal
21
22s
16/22
16/22
0/22
20/22
 .
.
.
73%
> 50%
.
0,91

 

ATA = 21 x 60s/22s = 57

RTA = 30 x 0,5 x 0,7 x 1 x 0,88 x ( 0,6 x 1 ) = 5,54

OCRA-index : 57 / 5,54 = 10,3 (rode zone)

 

In het voorbeeld werd uitgegaan van een werkdag van 8 uur met een pauze van 10 minuten in de voor- en namiddag. Op deze factoren heeft de ontwerper van machines minder invloed. Wanneer deze taak toch in praktijk voorkomt is jobrotatie met een minder repetitieve taak aangewezen. De dagbelasting van deze taken kan berekend worden met de multi-task OCRA.

 

 

Voorbeeld multi-task OCRA:

Wanneer taak 1 een hele dag wordt uitgevoerd, is de OCRA-index 5,6 (rode zone). Om het risico op overbelasting in te perken, wordt jobrotatie met een tweede taak voorgesteld. Deze heeft een OCRA-index van 1,3 (groene zone). Om de repetitiviteit van deze combinatie op dagbasis (met pauzes) te kunnen beoordelen, dient men het aantal minuten dat elke taak wordt uitgevoerd (t), mee in rekening te nemen.

 

RTA = som [ 30 x Pf x Rf x Af x Ff x t ] x (Rc x Dc)

 
30
Pf
Rf
Af
Ff
t
.
Rc
Dc
RTA
Taak 1
30
0,6
0,7
1
1
200
2520
.
.
.
Taak 2
30
0,7
1
1
1
260
5460
.
.
.
Som taken .
.
.
.
.
.
7980
0,6
1
4788

 

ATA taak 1 = 42 technische acties per minuut x 200 minuten = 8400 acties

ATA taak 2 = 16 technische acties per minuut x 260 minuten = 4160 acties

 

ATA combinatie = 12560 technische acties per shift

RTA combinatie = 4788 technische acties per shift

 

OCRA-index : 12560 / 4788 = 2,62 (gele zone)

 

Door het invoeren van jobrotatie wordt het risico toch aanzienlijk verminderd. Nog beter zou zijn afwisseling te zoeken met meerdere niet-repetitieve taken, zodat het risico op overbelasting kan opgelost worden.

 

 


EN1335 (bureaustoel) - EN527 (computertafel) - EN1729 (schoolmeubilair) - EN 12464 (verlichting) -

EN1116 (keuken) - EN 1005 (fysieke belasting) - ISO 11226 (statisch) - ISO 11228 (manueel lasten)

 

 

© 2006-2017 www.ergonomiesite.be - Mailen naar Roeland Motmans